dinsdag 26 april 2011

Aanvaring met Vlaming

Laatst ging ik met twee mooie mensen naar de beesten van de Antwerpse zoo en op de terugweg botste mn kar met die van een Vlaming.
Het was op de trein naar Oostende, maar ik had enkel een B dag trip, vertrokken vanuit Brussel. Had me voorgenomen om het aan de conducteur te vragen wat en hoe (mag je naar gelijk waar, moet je bijbetalen, toch maar best gewoon railpas invullen, etc) maar noch tijdens Brussel-Berchem en Berchem-Centraal controle. Dus naar de zoo. Dus zat ik erna met mijn B dag trip ticket op de trein naar Oostende. en toen kwam de kaartjesknipper wel, het was een knipster.
Waar ga je heen?
Oostende.
Dit is een ticket naar Brussel (we waren bijna in Sint-Niklaas).
excuses, dacht blah blah gelijk vanuit welk station in België (komt uit de promotiecampagne), maar dat bleek achteraf misschien niet de goeie zet. Ik stelde wel ook voor om mijn railpas brussel oostende in te vullen, dan was "ik nu theoretisch op weg naar Brussel alwaar ik theoretisch zou overstappen naar Oostende." (met glimlach.)
Toch een perfecte regeling, niet?
Maar het mocht niet baten. Ik moest een ticket Antwerpen-Oostende kopen, met toeslag van kopen op de trein, én zei ze nog ik toon mijn goed hart want normaal moet er twaalf euro bij voor poging tot zwartrijden.
Bedankt, perste ik eruit, en vroeg wat er dan gebeurde met mijn rit op mijn B dag ticket en ze antwoordde die ben je kwijt. En zo gebeurde het dat ik 19,60 extra moest afdokken aan de nmbs. Omdat ik in theorie al op de trein antw-oost zat.

Wat is dit? Een schoolvoorbeeld van de conditionering? Hoe er geen plaats is voor interpretatie van wetten, geen begrip, geen zin in conversatie? Ik vond het plezant om in discussue te gaan met de conductrice (geen AN!) en voorstellen te doen om zo samen tot een akkoord te komen. (Uiteindelijk moest ze me volgens de letter van de wet 31 euro gevraagd hebben) Dat ik de balans liever nog een beetje meer naar mijn kant had zien overhellen, is logisch. Soit. Niet zo erg. Tot daaraan toe. Het is maar geld.

Ware het niet dat er schuin voor mij vier kapitalisten zaten waarvan er één, wellicht gesterkt door enkele westmalles en de onvoorwaardelijke liefde van zijn lelijke vrouw die niet weet van zijn slippertjes, ineens met getrainde vingers de moed bij elkaar schartte om vanachter zijn zetel - hij zat aan het raam - te zeggen van

"Betoalt en zwiegt."

Ik vond dat best wel onbeschoft. Ben rechtgestaan vanuit mijn zeteltje en heb gerepliceerd (!) als u betaalt, wil ik zwijgen. Wat ook wel onbeschoft is. Er zijn er in Zuid-Afrika die beweren dat je onbeschoftheid best met onbeschoftheid bestrijdt, een idee waar ik me altijd tegen heb verzet, maar mijn god, het lucht wel op. Houd de mensen een spiegel voor en nog van dat. De conductrice vond het allemaal best, ik betaalde uiteindelijk en dat was dat. Oh, zei ze nog toen ze wegging, de andere wagon is lekker fris, daar werkt de airco wel.

Ik heb me verzet.

En in mijn koele wagon beginnen beseffen dat ik eigenlijk gelijk had. Dat hij maar moest betalen. Dat 19,60 voor hem misschien geen geld is, en het feit voor mij wel nog minder een reden om daar blasé over te doen. Wie de indruk geeft achteloos twintig euro briefjes neer te leggen, moet het dan maar bewijzen ook, dacht ik dan.
Ik had moeten rechtstaan voor de vierzit, met net dié uitleg. Ik had moeten vragen aan zijn vrouw en vrienden of hij hen soms ook beveelt tot betalen en zwijgen als ze vinden dat ze ergens oneerlijk behandeld worden en proberen in discussie te gaan. En dan de schaamte zien op het gezicht van de andere drie, gericht op die jonge vreemde man die het gedurfd heeft om de vierde zijn grote mond te snoeren... dat zou glorieus geweest zijn. In plaats van óók onbeschoft. Ach ja...

Niet veel later, op de achterkant van de gazet gelezen dat de belg gemiddeld 6,8% rijker geworden is. Huh? Economische crisis? Ik snap er helemaal niets meer van. tzal van t betoalen en zwiegen zien, zeker?

dinsdag 19 april 2011

De Wereld! Onze Wereld!

Waar moet het ermee naartoe?

Specialisten allerhand zeggen: we gaan naar de kloten. Financiële experts luiden de alarmbel om te verkondigen dat er meer mensen arm worden en strijken op het einde een jaarloon op dat een klein afrikaans land even lang kan voeden. Of een zuid-oost aziatisch. Hear thee, hear thee!

Belgische politici zeggen: Het land gaat kapot, of moét kapot (de nieuw-vlaamse). en als er oude mannen zijn die er oneindig veel meer van kennen dan de jonge met kleine pikjes maar overdreven geldingsdrang, en die oude mannen zeggen: doe het zo, dan luisteren ze niet. Waarmee de jonge eigenlijk beweren slimmer te zijn, want meer ervaring, neen. Dat hebben ze niet. Dom zijn en het beseffen is een schoon deugd. Maar dat er ook ondeugdelijk volk rondloopt in ons klein land weet iedereen.

De Belgen zelf zeggen: 't is al gelijk. als ik mn buurman zn zonnepanelen maar niet moet betalen. En juichen als eengemaakt wanneer een Rode Duivel een goal maakt.

+++

Excuseert. Ik had een punt maar het ontsnapt. En ik wilde ook nog vertellen dat ik een speler opnieuw verwelkom in mijn persoonlijke galerij van favorieten. Zijn naam is Raul Gonzalez Blanco, en hij is terug de schoonste van allemaal nu gehuld in het koningsblauw van FC Schalke 04. Uitgerangeerd worden en dan zo reageren... dansend op de tribunes met supporters, keepertje omspelen. Ik kijk meer uit naar die dubbele halve finale dan de tweede en derde clasico (Real zonder Raul = kansloos).

Genoeg over voetbal. Wielrennen: Gilbert wint straks ook la doyenne, en wordt god. Ik denk trouwens dat hij morgen met opzet De Pijl gaat verliezen. En in één klap zullen ook de politiekers terug Belgen worden (op de wetstraat staan veel flatscreens waar men samen naar de koers kan kijken, droom ik dan) en het land toch laten voortbestaan. Omdat het teveel tegenstrubbelde. Omdat er meisjes op de trappen van de beurs stonden te protesteren zonder t-shirts en BHs (wishful thinking, alweer).

+++

Ach jongen. Waar maak je zoveel drukte om?

Ik kan het niet laten.

zondag 3 april 2011

Really, Madrid!

Ik heb een torenhoog probleem. Elke plek in de wereld is er één waar ik wil gaan wonen. Na drie dagen Madrid is het niet anders. De brede lanen, de Madrileense met haar botjes en haar donker haar, de terrrasjes met mensen en hun sigaretten overal, de wereldsheid, Spaans, het voetbal...

Ook al was dat laatste enigszins een teleurstelling; in een impulsieve daad - Greg had vijftig minuten voor de loketten aan het stadion sloten uitgevlooid dat je tot zeven uur tickets kon kopen voor de match van morgen dus ik onmiddellijk van JA NU! waarna we LIEPEN; en we hadden ze vast, vijf minuten voor zeven - ga je naar een miljardenploeg kijken die speelt tegen een elftal boertjes uit een provinciegat genaamd Gijon (geen idee waar dat ligt) en verwacht vijf goals. Toen de boertjes na tachtig slaapverwekkende minuten oververdiend de ongeconcentreerde galacticós een loer draaiden, kon ik het niet laten om recht te veren en in mn handen te klappen. De Madrilenen vonden dat matig amusant. Overigens was ik voor de match de enige persoon die blij was dat ene Christiano Ronaldo geblesseerd moest thuisblijven. Het vak van Gijon daarentegen behuisde het feest van de maand. Mourinho kon het eerste thuisverlies in 9 jaar waarschijnlijk minder smaken. Een unieke prestatie van een lul van een vent. Het ene heeft ongetwijfeld met het andere te maken.

Vrijdag na aankomst: Ik was de eerste in Hostal Adriano, Greg kwam een tweetal uur later en ik liep rond in zonnebril en sletsen; een blij weerzien met de zon. Toen in afwachting espressootjes drinkend aan de overkant van het autoloze straatje stond hij er plots, mijn New Yorker vriend wanna beer, en dan het onvermijdelijke dos cervezas por favor. Gelukkig dat niemand dat hier kent, ik schaamde me dood. Soms wou ik zeggen tres cervezas por favor for the sake of not saying the former... maar de bieren komen hier in grote vazen (vasos) dus anderhalf bier is teveel van't goeie. Het was toen ochere god drie uur in de namiddag en we hebben het om onze reunie te vieren op een twaalf uur drinken gezet, met ertussen een dineetje twintig meter verder, en later een jazzconcert: een mondharmonicavirtuoos begeleid op piano. Machtig schoon. En op het einde het onvermijdelijke glas whiskey en het was weer zo'n sloot dat Greg het zich 's anderdaags beklaagde. Gelukkig had ik nog van die codeinepillen van in Zuid-Afrika (dat is daar gewoon over the counter medicijn, zonder voorschrift, nvdr.) dus het was gauw opgelost; maar best ook met die tachtigduizend kelen en toeters in Bernabeu.

Het leven verloopt hier op een ander soort ritme. Je slaapt tot laat want de dag begint toch pas rond vijf uur. Ook de zondag. Naar het Prado dat gratis toegang biedt tussen vijf en acht - Velasquez, Goya, Bosch. machtig schoon.

Morgen kom ik alweer naar huis. Dan doen we weer met zijn allen Belgisch. Really. Eerlijkheid gebied me wel te vermelden dat mijn eerste CV en Letter of Recommendation al naar een Madrileense English Language School verzonden werd. Impulsieve daden, het is helemaal mijn ding (geworden).

En langs de andere kant: toen ik laatste mijn prachtig petekind ging bezoeken en hij begon te wenen bij het afscheid, toch een beetje de thuisblijfblues gekregen. En Brussel is ook leuk.
En Cape Town. Melbourne. Seoul. Sint-Petersburg en Kazan, New York/Orleans, Xi'an. The Gardens of Earthly Delights, Honey.


maandag 28 maart 2011

Ik Blijf...

...en ik bleef maar rondlopen, eerst door de Voskenslaan, helemaal van de achterkant van 't station - dat het soort van achterkant was waar men niet in mag (de werken, nvdr.) - tot aan 't Sterre en dan door de Krijgslaan helemaal terug en niet één gazettenwinkel; niet enkel wou ik roken, maar ook wel eens de sportpagina's bekijken want ons Rode Duivels hadden nog eens een uitwedstrijd gewonnen en ineens was iedereen weer Belg voor een paar dagen, dat vond ik schoon.

Geen enkele gazettenwinkel dus. Frappant. En ik hou wel van gazettenwinkels. Van die ouwe die nog naar t droog papier en zwarte inkt ruiken. En geen enkele vreemde die goeiendag zei. Ook dat is wennen. Dure sigaretten, zure gezichten. Maar ik ging nooit meer zagen. Want zagen dat is tijdsverspilling, en in Afrika heb ik geleerd van alles te recycleren en niets te verspillen. Dat zei één van die schooiers waarmee ik een namiddag wiet heb gerookt op een plek die het midden hield tussen een kerkhof, een residentiele wijk en een stort, net voor het Groot Schuur hospitaal in Obs. Hij sloeg de buik kapot van een wijnfles en toonde de bottleneck waar we seffens door gingen blowen, this is the african way my friend; ik vroeg nog wat met de scherven? maar was de enige die lachte.

Maar ondertussen is mijn geld (bijna) op en moet ik terug in België aan de bak. Zodus alhier alweer een ander plan, albeit licht aangepaste versie van het vorige: Ik Blijf. Voor een maand of zes. Centen verdienen en nog een beetje verderwerken aan mn proposal waarvan de eerste versie zo slecht werd onthaald dat ik efkes dacht van kust mn kloten; maar zo rap opgeven doe zelfs ik niet. En bovendien is het best aangenaam om terug te zijn. Liefde.

Want ik mag dan al verliefd geworden zijn op dat tuutje land daar helegans onderaan, de zon schijnt hier ook. Bovendien is verliefd worden ondertussen een beetje een tweede natuur geworden. Verliefd op Anna Karina & Karenina. Verliefd op een volks restaurant met open keuken waar ze pladijs en zeetong bakken in een oude bekende stad aan zee. Op slakken in pikante bouillon, en verse grijze garnalen. Op de grote molen van die onhoudbare Zwitser. Op kauwgomballen.

Op het leven. Want vrijdag vlieg ik naar Madrid om een weekend op te trekken met Greg Mitterman, die vanuit New York twee weken het Iberisch schiereiland verkent, en die ik ooit onder 't tafel dronk op Temple Bar (al beweert hij hetzelfde maar dan omgekeerd). En zo bestrijdt men best en pro-actief sluimerende heimwee. Door te vertrekken naar ergens anders, ook al is het voor kort. Er is geen wet dan beweging.

donderdag 24 maart 2011

Ode aan Obs

In 58 on Lower Main tellen de dorpsclowns hun laatste klutters. Drie rand te weinig voor een grote fles Black Label, maar er is altijd wel iemand met drie rand te veel. Op de grond loopt en zwart beerbiggetje met krant in zijn bek. Kijk een intellectueel zwijn, zegt een licht aangeschoten Belg.
Hij heet Disco Biscuit, en is niet meer dan een getuige van het recente turbulente rave verleden van zijn bazin die hem de eerste avond oppakt en onder haar t-shirt verbergt tegen de koude; alleman mocht haar rechtertepel zien. mooi, jong, roze en stijf. Haar lang geblondeerd haar kon er eventueel voor gaan hangen, maar weigerde.

Glendon Alexander rolt nog een joint omdat de vorige rondging en niet meer terugkwam. De eeuwige dronkaard spuwt van tussen de zwarte spleten van zijn bruine tanden in plaats van te spreken - een witte vlek hangt aan haar mouw nu - ze veegt weg en schuddebolt. Iedereen die rechtstaat moet oppassen bij het rechtstaan anders plakt er big aan zijn zolen.
Terug op Lower Main Road nu, waar eten? Sushi, Mexicaans, Burgers? Of blijven bij beer? Trenchtown, Tagore's, Florentine voor Cocktail Happy Hour? Of Poolen in Stone's op de gratis tafel links vooraan in de hoek? Of gewoon naar Gypsy Bar, waar de zigeunerkoningin haar plak zwaait met de poef. Onverbiddelijk maar zacht. En lieflijk met haar naaktfoto's. Op straat loopt een schooier met tanden zo rot dat ze afbrokkelen, net als de verf van de Bottle Store, nu reeds gesloten. Hij is een jaar of 20 en rookt graag tik.

De volgende dag: meer elegie dan ode. Een groene rugzak vol met boeken en een beetje kleren op smalle schouders, hangend. Een kleine witte auto genaamd Daisy, Koreaans, met aan het stuur een Canadese dokter en een Zuid-Afrikaanse taxichauffeur/entrepeneur. Ze verlaten Observatory in het stil gezelschap van één van de drie Belgen. Die van het langst al daar. Het regent.
Daarnet nog zaten ze allevijf op het balkon van het kruispunt Lower Main en Trill, meestal te roken, meestal stil, denkend aan het einde van iets. Iets onherroepelijks omdat het niet zeker herroepelijk is. De mogelijkheid van de onmogelijkheid.

vrijdag 4 maart 2011

Ach, het Leven

Soms gebeuren de gekste dingen. Gebeurtenissen die verwonderen - je hebt eens geluk en krast 50 euro. Een vliegtuig dat net op tijd landt. Een steen die van de berg rolt en een grotere steen meepakt in haar vallen; ze raken je beide op een centimeter na. Of omgekeerd: ergens in een wereldstad laat een bouwvakker een steen vallen, en die landt recht op iemands kop.

Ik zat te lezen in de backpacker, een geweldig boek (gepubliceerd in dat gezegende 1982) over een fictieve ethnische zuivering in een dystopisch Zuid-Afrika na de machtsoverdracht. De oude Mark lag in zijn bed te slapen met zijn rug naar de kamer, normaal zit hij bij me aan tafel te lezen in één van de boeken die k meebracht van UCT Library. Zijn broek was van het woelen afgezakt, waarschijnlijk had hij zijn knoop losgemaakt, waardoor nu alleman zijn bloot gat kon zien, maar ik was de enige aanwezig. Heb nog naar Sara van Kentucky gezocht om te komen kijken, maar ze was al vertrokken naar tafelberg. De oude Mark had gisteren bekend dat hij naar haar kont (ze had wel nog n broekje aan) had staan staren, concluderend dat het a fine piece was. Ik gunde haar van harte de wraak. Er stonden toen al wat lege wijnflessen op tafel. Doch, oude mannen hebben zelden ongelijk.
k heb Mark de eerste nacht geplezierd door mn fles Jack Daniel's na een avond poolen nog op de tuintafel te zetten. Hij heeft er toch twee dagen mee rondgelopen. Oud worden... brrr...
Vandaag ook mn haar laten knippen door een homo met een t-shirt zo kort dat je zn navel kan zien en roze teenslippers met pluchen & veren beugels. Hij zei ik ben een hair stylist, en heeft - ik moet toegeven - mn haar uitstekend gekapt, al wou hij er ook blonde meshen in trekken maar ik zei: kheb al meshen genoeg van de zon. Niet te homo wel ee, had ik nog snel gezegd net voor hij begon. Moa seg! En alhoewel hij duidelijk veel plezier beleefde aan mn hoofdhuid, toch maar betaald.

Straks kom ik dus thuis met een schoon bruin vel en een aardig geknipt kopje. Moeders, u weet wat met de dochters?

Veel plezier in de backpackers, de eerste nachten laat en met liters Black Label, de vorige dagen heel de dag aan t werk (meestal an tijden gaan slapen, bravo!) met een leuke afwisseling in de aard van mensen die passeren; twee duitse meiskes die gisteren zo aangeschoten waren dat alles grappig werd, Richard de kurkdroge Brit die enkel zijn mond opendoet als het iets te betekenen heeft. Meestal komt de luidste lach dan van mij. Michelle en Ling die al een jaar onderweg zijn als koppel, hij Québecois, zij Chinees van Hong Kong. Al een paar dagen zitten we te keuvelen, overdag met koffie en thee, s avonds met een ander drankje. Hij heeft ook ooit vanuit Sokcho, Zuid-Korea de ferry naar Zarubina, Rusland gepakt. Ervaringen delen, heet dat.

En zo was het ook vanmiddag, ik zat hier met Michelle en een blonde Kim die hier een beetje verantwoordelijk is in de backpackers, toen plots een oude bekende voor mn neus stond. Ally Shina Rampola, op zoek naar een jobke om te doen tussen de draaidagen van de film waar ze aan werkt. Ik kom hier voor een jobinterview, zei ze. Een half uur later was ze terug. Ik werk hier vanaf maandag. Lap.

("Dus ze mag je terug ontbijt serveren" dixit stefan, per sms.)

***

Maar zo gebeurt dus dat, ruim tien maanden nadat Ally Shina de Zelfverklaarde Ill-Tempered Brat en de Bohémien bekend als het Korejantje elkaar voor de eerste keer ongemakkelijk ontdekten, twee vreemdelingen elkaar op 4 maart in de ogen kijken in een backpackers in Observatory en zeggen tiens. Die ken ik ergens van. Alsof nog veel langer geleden in Bellewaerde, toen het mooie meisje van de pimpaljoentjes ook stond aan te schuiven bij de splash.

maandag 28 februari 2011

Een Voorlopig Laatste Zet

Vandaag doe ik een voorlopig laatste zet en verhuis naar Observatory, de lichtelijk gestoorde en kleurrijke - er zijn meer dorpsgekken dan niet-dorpsgekken - zuidelijke suburb van Cape Town, net voor Mowbray. Twee weken heb ik mezelf gegeven om de eerste versie van het voorstel in letter klaar te krijgen. Het zal nipt worden, maar ik vier mn terugkeer naar de wereld van de nakende deadline met ingetogen blijdschap en een zelden geziene motivatie. Ik mag dan al tot scha en schande menig gewaarschuw in de wind geslagen hebben, als gemotiveerd man ben ik er wel twee waard.

Doch Fien en Els zijn nog maar weg, of Sam en Ellen staan hier bijna... Nipt nipt nipt.

Enkele dagen geleden zat ik bij Dr. Engelse Literatuur Sandra Young uit te leggen waar ik naar op zoek wil in de vastness van de Zuid-Afrikaanse canon. Ze vindt het een goed plan, en begon terstond een brief te schrijven waarin staat dat de universiteit me voorlopig als PhD student erkent, en of ze zo vriendelijk willen zijn me zo goed mogelijk bij te staan. Score! De rest van de zwik zijn Belgische papieren, medische tests, bewijzen van goed gedrag en diploma. Ik mag met andere woorden weer op wandel. Maar het ziet er wel goed uit eigenlijk.


Vergeef me de kortheid, maar dit is het dan, voorlopig. Op het punt staan te verkassen, laat me immers altijd ongemakkelijk heen en weer in de stoel wippen. Typen is dan geen favoriet.