maandag 4 augustus 2008

Trip deel 2: Busan

Voila gi, Busan en de toren. De trots van het district Nampo-do. Busan is de tweede grootste stad van Zuid-Korea, met haar 5 miljoen inwoners. Busan is een havenstad in het zuiden. En wie zuiden zegt, zegt warmer. En ik heb het geweten...


"Maar allee, vertelt ne keer een chronologisch verhaal, Jantje!"

"Ewel, tis goed."

Ik stond daar dus met mijn modderkleers de maandagochtend in Incheon, en Bok, mijn gastheer, moest naar zijn werk dus ben ik maar recht naar Deokso gegaan om op zijn vrijgezels mijn vuile was te dumpen bij mensen met meer huiselijkheid en gezinsleven. Trekt er uw plan mee, dacht ik.
Ik heb een tukje gedaan en dan ben ik vertrokken, naar Seoul Station; het knooppunt van het nationaal spoorverkeer. (Ondertussen deed het verhaal van mijn heldendaden in de Koreaanse moshput al zodanig de ronde dat mijn artiestennaam een metrostation sierde.) Ik heb daar in Seoul Station een trein gepakt die verdacht veel op den tgv geleek - en wat blijkt achteraf? Dat ze de technologie rechtstreeks van de Fransoos hebben afgekocht! Die Koreanen toch... Nooit n keer iets zelf uitvinden. En op drie uur tijd stond ik in Busan, volledig onvoorbereid en met zware zakken hangend van beide schouders. Op zijn Frans. Nonchalant en van nie veel wetend, maar oh zo cool, met een saf in de mondhoek.

"Das zo typisch gij ee!"
"Ja wacht."

Kletsnat ben ik dan het eerste het beste hotel binnengewandeld (toch even melden dat ik ondertussen wel had 1. uitgezocht waar er boten vertrekken 2. vervolmaakt de studie van het metrosysteem en 3.
mezelf vervloekt voor mijn impulsiviteit die aan de grond lag van de noodzaak van 1. en 2. bij dergelijke hitte en gewicht)

Ik ben gek van hotels, en mog het meest vanal van vergane glorie hotels. 't Is in zoiets dak een kamer heb gevonden. De flora langs de badrand was zo fascinerend dat ik de volgende ochtend een uur ben blijven liggen. En het tapijt van de gangen was enkel langs de rand nog rood en pluizig, in het midden zwart en plat. En het was nog met een echte sleutel. Met een hanger die - ondanks het feit dat ik niet in een love hotel sliep - geleek op een dildo. Ne lichte blauwen.

Ik heb sletsen nodig, dacht ik onmiddellijk de eerste ochtend. Ik heb nu dus sletsen van DC, zwarte, en ze zijn wel stoer eigenlijk. Hoe stoer ze precies zijn dat komen jullie later wel nog te weten; geloof me, geen superlatieven zullen superlatief genoeg zijn om uit te drukken de stoerheid van mijn sletsen, noch de kunde van de voetjes erin, noch de doortastendheid van het kopke helemaal bovenaan.

Voila. Op sletsen naar Busan Tower gewandeld bij hoge kwikwaarden. Beginnen water zuipen gelijk een echte vispoeper. Naar de vismarkt en alle andere markten gaan kijken. Zoveel goederen! Ze hebben daar schoenen voor heel Azie. Sokken voor elke Amerikaanse soldaat. Gene zever. Overproductie ten top. En die gast die onder de brug lag te tukken 's ochtends toen ik de ferry regelingen ging checken die trok er zich allemaal niets van aan.

En de tweede dag heb ik een Koreaan leren kennen, en zijn naam was Gin, en ik vroeg "like the drink?" En eigenlijk vind ik dat een ongelooflijke coole vraag om te stellen aan iemand.

"Gin Tonic, yes."

Het was een interessante kerel; een trotse Koreaan die zich ergerde telkens als er een meiske passeerde dat haar ogen heeft laten verknippen.
Hij leidde me rond in zijn stad, door de oneindige ondergrondse shoppingcentra, die samen eigenlijk een extra winkelstad vormen, en naar Texas Street waar de Russische immigranten ons arrogant hun bars uitwezen toen we ice T wilden in plaats van bier.

En met de belofte van me te bellen als hij in Seoul is om te clubben, nam Gin afscheid van mij een tweetal uur voor mijn ferry richting Jeju-do vertrok. Twee uur die ik vulde met verder lezen in Saul Bellow's Humboldt's Gift, een van de beste boeken die ik in de laatste vijf jaar heb vastgenomen. Maar dit geheel ter zijde. Wat niets afdoet van het feit dat de slaagfactor van een reis op je eentje in niet geringe mate afhangt van hoe goed je gezelschapsboek is. Tenminste op dat gebied was mijn reisje dan al geslaagd.

Van een meesterlijke voorbereiding gesproken!

zondag 3 augustus 2008

Trip deel 1: Incheon Pentaport Rock


Ziehier: de ingang van het grootste internationale rockfestival van Zuid-Korea, een land met vijf keer zoveel inwoners als Belgie. De context van deze foto: Ik mocht mn 1,6 literfles bier niet meenemen naar binnen, en wat doet een mens dan tegen de verveling? Saffen smoren en foto's trekken natuurlijk. Nodeloos gezegd dat ik de hele dag plezant was, maar ik kon echt geen andere manier bedenken om al dat brouwsel naar binnen te smokkelen behalve via mn maag. Maar dat was de tweede dag en die komt altijd na de eerste, "dus begin bij het begin, onnozelaar!"
***
Dag Een: Was de dag dat ik alleen ben gegaan. Of oh wacht, eigenlijk begon alles al de vrijdagavond, want toen ben k bij Jongho gaan logeren om de metrorit van de zaterdag wat te verlichten, (Incheon-Deokso is een kleine twee uur) en we zijn hond gaan eten. Hah! Voor wie het wil weten: de smaak is niet speciaal, er hangt enorm veel vet aan, en de textuur is een beetje gelijk stoofvlees, zo van die draden. Overigens wil ik hier, op aandringen van heel wat Koreanen, benadrukken dat er maar weinig mensen zijn hier die graag en of veel hond eten. Gebeurd. Trouwens, hoogst waarschijnlijk ga ik het ook op die ene keer houden.
Maar goed, het rockfestival. Dat was me daar dus een modderpoel van jewelste ee. Tot de knieholte in de modder waden om aan een biertje te geraken (Miller, jik, maar prijs heel erg ok: 2 euro voor een beker van ik vermoed 37,5 cl) vandaar dat ik dacht, sletsen zijn allicht geen slecht idee, wat ook wel zo was, maar botten ware nog beter geweest.
Muzikaal dan; The Gossip was absolute uitblinker, maar dat had ik dan ook wel verwacht. Op blote voeten in de moshpit (deel 1) Travis was best ok, maar het blijft Travis natuurlijk, zo van die melancholische jaren negentig rock... maar hitjes zijn hitjes, en bovendien had een van die gasten een batman t shirt aan en dat zet je bij mij sowieso al op n gunstig papiertje.
Koreaanse bands zijn hilarisch trouwens, maar omdat toch niemand ze kent sla ik die over. Eigenlijk is me van de eerste dag enkel nog London Elektricity bijgebleven, de afsluiter op het kleine overdekte podium, waar ik met een Zuid-Afrikaan Nederlands heb staan babbelen tijdens het dronken huppelen, met rum en cola in de hand, op de drum 'n base set. Rond drie uur was hij plots verdwenen met twee Koreaanse meiskes, misschien heeft hij de nacht van zijn leven gehad. Ik hoop het voor hem; de andere optie was immers "buiten slapen ergens waar het zacht ligt" omdat al zijn vriendjes al terug naar het hotel waren, en hij de naam ervan niet wist. Bovendien beantwoordde niemand zijn gsm. Ocharme. Of niet.
En zo lag ik om drie uur dertig met tuutende oortjes in mijn bed te denken aan die dikke van The Gossip terwijl mijn arme voetjes riepen van"Jamoja azo nie ee makker!"

Dag Twee: is de dag dat ik Bok en zijn collega van de powerplant heb meegekregen naar het festival met de belofte dat ze geen ingang moesten betalen. Ik had namelijk in de snotter gekregen dat het kinderspel was om er gratis binnen te geraken. Dag twee was muzikaal overigens stukken beter: Underworld was zo zo, maar als afsluiter toch minder vermoeiend dan het sl_pen van Travis. Hard-Fi was een leuke beginner, Tricky was bij momenten echt goed bezig (en zijn zangeres had een grijze trainingsbroek aan vanwaaruit, aheum, een bepaalde typisch vrouwelijk vorm me voortdurend aankeek. Wat niet onaangenaam was nee, toegegeven.
Tijdens Feeder wel het hoogtepunt bereikt, als ongekroonde koning van de moshpit. Toen na het eerste nummer bleek dat het publiek nogal mak reageerde besloot ik dat het tijd was om in te grijpen. Bovendien stond ik te ver naar mn goesting, en wat is nog steeds de beste manier om die laatste cruciale rijen te overbruggen? Juist ja, moshen. Ewel verdomme, de Koreanen vonden me te gek, op mn blote pekkels rondspringend en duwen en trekken, en op de duur kon ik ze laten moshen of rusten op commando. Echt niet te doen; dan weer hield ik ze in door met gebaren een lege kringel te maken in het publiek om dan bij de eerste deftige gitaarriff helemaal los de meute in te springen of uitdagend met het handje iemand bij me in de kring te vragen. Ik noem het "mennen van de moshpit" en je moet het zeker eens proberen.
Als dank hebben ze me de lucht ingestoken, en heb k voor het eerst sinds de gekloven wenkbrauw ten gevolge van het Oudenburg incident nog eens een crowd besurft. Ook ben k mijn ene slets kwijtgespeeld met als het gevolg dat ik de bassist heb geraakt met de andere. Helemaal gek werden ze ervan, mn meute. "You rock so hard," zegden ze. En het was waar.

En mn voeten, ja, die waren blauw. Werkten ze bij de NMBS, ze gingen na die dag in staking. Maar het ergste, jaja, dat moest nog komen. Oh ja. Ik had na dit rockweekend nog heel wat in petto voor mn voetjes

donderdag 24 juli 2008

Knijpen


Beste lezers,

ik knijp er even tussenuit. Ik ga mn zuurverdiende centjes verschieten gelijk n dronken jager doet met lood.
Ten eerste, hierzo: End of Fashion, The Vines, The Gossip, Travis, London Elektricity, Ozomatli, Hard-Fi, Tricky, Kasabian, Feeder, Underworld, Princess Superstar. (En neen, ik kan vandaag niet naar The Go! Team want ik moet nog werken... Verdammt!)
Zo ziet mijn muzikaal weekend eruit. En nog n deel Koreaanse bands ongetwijfeld, die perfecte kopie-en spelen van nummers die iedereen ergens van herkent.

't Is bijlange niet gelijk in Belgie nee. Daar zou je bij een dergelijke affiche zeggen: Lokerse Feesten? Feest in t Park? Leffinge Leuren? (ok, op Travis en Underworld na dan misschien)
Hier is het dus: Pentaportrock; Het Grootste Rockfestival van Korea. Dat ik Belgie niet moest verlaten om meer naar festivals te kunnen gaan, wist ik wel ja... En toch doet het elke dag pijn (want ik kan niet helpen af en toe naar de affiche van Pukkelpop te staren.)

Op de website kan je naar foto's kijken van het terrein: het is een grote modderboel. Ik kijk er al hard naar uit ja. Naar Het Grote Modderfestival. Zo zag het terrein eruit de 22sten.

En maandag begint mijn weekje vakantie. Ik ga dit gekke land verkennen. Ik ga met de traagste trein naar helegans beneden rijden (Busan) en dan daar een bootje zoeken dat me naar Jeju Island kan brengen. Of niet. Net bedenk ik me dat ik zelfs geen trekrugzak heb. En dus ga trekken met een schoudertas. Wat waarschijnlijk niet zo'n briljant idee is. Bovendien heb ik geen enkel hotel geboekt. Terwijl Jeju de drukste toerisctische zomerbestemming is voor de gemiddeld Koreaander. Wat wel eens lelijk zou kunnen tegenvallen. Nog sjans dak een harden ben.

Maar langs de andere kant... Met een alles-in oosterse massage los ik twee problemen op in ene keer. "Relax Mister" "You can sleep now Mister" (En bovendien nog van de grond gaan ook. OR NOT)



Aangezien ik straks heel wat prachtige foto's ga trekken mn kodak geleegd en nog wat dingen op Flickr de flikker gezet. Ergens hier.

maandag 21 juli 2008

Dolle drugfratsen in de Alpen



Kijk, ik moet eerlijk zijn: Ik ben een immense wielerfan. Toen alles nog in de doofpot zat, lag ik op zonnige zomerdagen soms schandalig te stinken in de zetel tijdens de klim naar hautacam, de passage op alpe d'huez, de madeleine, whatever...
Maar nu is de pret er toch een beetje vanaf vind ik. Iedereen gelooft dat Cadel Evans zuiver rijdt, maar is dat wel zo? Wat als hij straks als witte rijder wordt betrapt op een nieuwe vorm van epo? Is het dan definitief gedaan met de wielersport? Of zetten we dan gewoon de sluizen open, en laten we die wilde gekken slikken wat ze willen?

Ik vind dat nog geen zo een slecht idee eigenlijk. Bij de Romeinen smeten ze toch ook de christenen voor de leeuwen tot ieders plezier? Ewel nu: Een bank overvallen? drie jaar prof bij Rabo. Vluchtmisdrijf? Op stage bij Quickstep. Tegenwerking van een strafrechterlijk onderzoek na gokfraude? Hup, bij Silence-Lotto. Een meisje in je kelder opgesloten en driehonderdzesenzestig keer per jaar verkracht? Een levenslang profcontract bij Saugnier Duval. Vol met bucht spuiten die klootzakken, dat ze bij stijgingspercentages van boven de 15% toch nog in de remmen moeten in een bocht. Dat hun bloed gelijkt op confituur. De omgekeerde hematocrietwaarde: onder de vijfenzestig? Startverbod!
Ik zie het al staan op de telex van de redactie: "Marc Dutroux startverbod bij begin 12de rit. hematocriet gezakt tot 63. Minister van Justitie neemt ontslag."

Sponsoring? Geen probleem: Verzekeringen tegen diefstal. Beveiligingssystemen. De medische sector, die openlijk en ongebreideld kan experimeteren op menselijke proefkonijnen...

Ach wat...

***

Cadel Evans... Waarom is hij zuiver? Omdat het een Australier is? Omdat hij als een echte mens op zijn kader ligt af te zien terwijl de anderen (die gasten van Bjarne Riis, de grootste epojunk uit de geschiedenis van de tour) rondom hem en danseuse naar boven huppelen gelijk meisjes met twee paardestaartjes?
De regel is: Guilty until proven innocent. Als dergelijke taktiek opduikt, weet je sowieso altijd: "hier is iets compleet scheef." (Toon e keer die voorhuid meneer, anders zet ik u op den trein naar Bergen-Belzen)

Doet het er eigenlijk wel toe? Evans gaat de toer niet winnen. Als hij zuiver rijdt, nooit. Tweede gaat hij worden, telkens opnieuw. Tot op een dag de drang om die toer nu eindelijk eens binnen te lappen zodanig groot wordt dat hij naar een Spaanse dokter belt om te zeggen: "My name is Cadel Evans, and I want to win the tour de france."

En toch hoop ik dat Cadel Evans straks in het geel over de Champs Elysee rolt...

zondag 20 juli 2008

Een andere saf om kwart na zes

Ja ik weet het, ik ging stoppen met roken, maar begin daar maar eens aan als een pak van twintig sigaretjes een euro en dertig cent kost... dat is als zeggen: "ik ga naar huis" wanneer de baas van de zaak roept: "rondje van 't huis." Niemand doet dat toch?

48 uur na de vorige saf om kwart na zes staat hij in het portaal van een noribang te schuilen voor de immense regenval, amper zie je de overkant van de straat, met in zijn linkerhand een sigaret. Deze keer geen afscheid of korstjes in de ogen van een veel te korte slaap onderbroken, maar een nieuw begin, en het dilemma: nog snel twee uurtjes slapen, of gewoon doordoen tot het uur van vertrek? Hij en Jong-Ho, de mathmagician, gaan voor het eerste. Ji-Yeol en zijn senior wiskunde professor gaan nog poolen tot een uur of negen. Volgens Jong-Ho hing er romance in de lucht. Letterlijk: "They were having romantic conversation." Of dat wil zeggen dat poolen onder wiskundigen een codewoord is voor rampetampen, weet hij niet.

Voor deze folie in de noribang - letterlijk 'singing room' - naar een immense supermarkt waar hij en zijn koreaans gezelschap om twee uur 's nacht inkopen ging doen. Ramien noedels (bucht) en chips, en bier (mekju) en soju. Ook verse groenten en ander bbq gerief. Supermarkten die 24 uur op 24 open zijn, het blijft hem verwonderen. En dan nog snel eten, de vierde maaltijd van de dag, geen wonder dat hij lapjes vet aan het kweken is gelijk een jong zwijntje. Tenslotte: gaan kelen in dat kamertje, waar hij een oerdegelijke en toonvaste Let it Be en Happy Together brengt die hem zodanig plezieren dat hij het aandurft om Billie Jean te proberen waarop hij ontzettend hard de mist ingaat...

Om negen uur gaat de wekker en iets later zit hij met vijf koreanen in een Hyundai Grandeur op weg naar ergens te lande (hij vergeet de namen van al die plaatsjes buiten Seoul toch in een wip, dus gaf het vragen al gauw op.) Sloten koffie drinken ze.

Uiteindelijk belandt hij in een raftboot. Hij en twaalf Koreanen, elf amateurs en een pro die de boot door de onrustig borrelende bergrivier moet gidsen. Stel je er vooral niet teveel van voor; af en toe een stroomversnelling, meer valt er niet te raften op die rivier, godweetwaar in Korea. Het leukste is het hoge entertainmentgehalte. Westvlamingen noemen het onvertaalbaar mooschen. Andere boten besproeien, evenwichtje spelen op de bootrand, elkaar erin duwen, saltootje achterwaarts van de boord, zwemmertje in een kolkend gedeelte, etcetera.
Of een race die hij met zijn twaalfmanboot altijd won, waarop een koreaan van een verliezende boot riep "jah zij zijn met twaalf" (inderdaad, hij begint wel al wat te verstaan van hun prachtig gebrabbel) en hij terugwierp "and we have a strong foreigner!" Ja zo is hij wel; altijd grappen grollen.

's Avonds gebbqed Korean style; dat wil zeggen: zonder ophouden. Van zeven tot twee. Heel de tijd vleesjes bakken. En blackjack spelen. Het plan was Texas, maar eigenlijk... is blackjack veel leuker, gezelliger, plezanter. Dat vele pokermaatjes nu hun wenkbrauwen fronsen daar kan hij inkomen. Hij kan enkel zeggen: "Wacht maar tot ik terugben, dan toon ik het jullie voor."

En ondanks het feit dat hij heel de tijd bekers somek schelde, won hij toch een aardige 20,000 koreaanse won, een kleine vijftien euro. Dat zijn twaalf pakken saffen.

Oh ja, leve Belgie. Viert feest jongens en meisjes. Eet chocolat van cote d'or en drink een goeie Belgische Orval. Stel je voor zeg. Dat Rochefort 10 ineens 'uit het buitenland' moet komen. Ik mag er niet aan denken... Laat dat alstublieft niet gebeuren. Ik reken op jullie allemaal.

donderdag 17 juli 2008

Een saf om kwart na zes

Ze is zonet weggereden in een bus met paarse stickers, en hij loopt door de ochtend van Deokso; nog steeds dat landelijk klein dorp in de oksel van de wereldstad Seoul. Vanachter zijn slapen bonkt er iets van "heilzame nicotine, we welcome thee!" maar ook: "rep je terug, kleine rakker; je hebt nog drie uur voor je eerste les." Het is kwart na zes.
Sommige restaurantjes zijn nog open. Je kan er vlees bakken tot korsten op elk uur van de dag, oprollen in blaadjes sla met een schel knoflook en dat allemaal doorspoelen met soju. En in het naar buiten gaan, roepen van madziseoyo, ook al zaten er van die taaie vetbollen in het varkensvlees. Sigaret vermengd met verschroeid vlees. Hij voelt zich plots niet zo lekker.

De laatste flard gezicht die hij opving was versierd met een hartje in de vorm van vingers. Dat had hem meer doen zweten dan de walm uit de motor van de Incheon Airport Shuttle Limousine. Een naam, wat moet je ermee? Een bus blijft een bus. Een bus die wegrijdt blijft een bus die wegrijdt. Blijft een klerebus. etcetera.

Het bed in zijn kamer lijkt op dat niemandsland, de lakens zijn een rivier waar niemand in zwemt. De woestijn die niemand betreedt, kan je met verrekijkers bekijken, als je er een cent in werpt. Maar hij is blut. Platzak. Hij heeft zonet haar bus fee betaald. Als een dolend personage in een roman van Murakami, rokend ja, dat ook, en steeds in de ban van gebeurtenissen die het vertellen waard zijn maar tegelijkertijd allergisch aan de letter.

Zoveel plaats, denkt hij, en rolt zesentwintig keer van de ene kant van de matras naar de andere kant. Dan blijft hij op zijn rug liggen en kraken de wervels in zijn onderrug. Niet zoveel later valt hij in blijvende slaap. Zo eentje zonder dromen. Vannacht geen raam steken voor Jo van The Van Jets neen. Als timmersmurf.

Twee uur later gaat toch de wekker.

En nog een uur later staat hij voor de klas. Met een stift in zijn achterzak.

maandag 7 juli 2008

Angelina


Ze is het meisje links op de foto, Angelina, negen, tien, of elf jaar oud, met dat Koreaanse systeem ben ik het nooit helemaal zeker; maar jullie ook niet, dus deel gerust in mijn verstrooidheid. Dat maakt het makkelijker om dragen. Vandaag is dat de functie van deze blog: Een proces ter vermeerdering van de (ver)draaglijkheid. Of hoe een jonge English teacher zich in linguistische bochten wringt om te vermijden het zeggen van dat wat hem de laatste dagen tussen half vier en half vijf ongenadig in de ogen staart. Waardoor ik me soms zo slap voel als een drendel pasta, net te lang gekookt. En dat zeggen duidt toch enkel maar op aanvaarding. Daar heb ik momenteel iets op tegen.

Goed. Het meisje Angelina is niet van de gemakkelijkste in de klas, maar dat is ergens te begrijpen: ze was de eerste om de veilige cocon van Elina-Erica-Jan Teacher open te breken. Bovendien is ze een jaar en twee jaar ouder dan de andere twee, maar toch kleiner. Soms blijft bijvoorbeeld haar plaatje hangen - met opzet - en zegt ze vijf minuten aan een stuk 'teacher, teacher, teacher,...' waarop ik net evenveel keer 'yes, yes, yes,...' antwoord tot ze het beu is.

Soms begint ze middenin een oefening een verhaal te vertellen over gelijk welk onderwerp dat compleet niets te maken heeft met waar we mee bezig zijn. Dat is Angelina op haar best (ook al blijft halverwege de naald weleens steken; zie boven) en tijdens het vertellement gaat ze rechtstaan en nerveus van voetje naar voetje wiebelen terwijl ze haar handjes gebruikt om de lucht rondom zich weg te slaan. Meestal gaat het over haar gezin.

Af en toe brengt ze een mechanisch kuikentje mee naar klas. Het ziet er bijna gelijk een echt beestje uit, en maakt spontaan geluidjes. Wanneer je eraan komt beweegt het de stompjes die nooit vleugeltjes gaan worden, ten eerste omdat het natuurlijk een robotkuiken is, en ten tweede omdat kippen niet kunnen vliegen.. Als ik aan dat elektrieken diertje kom dan piept het net als bij een ander, maar volgens de meisjes is het dan kwaad omdat het me niet graag heeft. en dan zeg ik: "dat komt omdat Kuiken weet dat ik haar door de ruit ga gooien als ze niet gauw zwijgt." Andere bedreigingen die ik aan het adres van Chick het mechanisch kuiken heb geuit: opeten (wat een stunt dat zou zijn...) monty python gewijs vermorzelen, de nek overdraaien en door de toiletpot flushen.

Ook heeft het meisje Angelina een soort van doos van Pandora geopened: ze was de eerste om de duivelstong van het Koreaans in klas te roeren. Sindsdien waait er af en toe een flard Koreaans door de lucht in English class, en dan moet ik ze dwingen om terug Engels te praten. Wat ze onmiddellijk doen, daar niet van, maar toch is het jammer. Het verhindert, vrees ik, een Engels denkproces. En op een dag probeerde ze van haar drankje te drinken toen een van de andere meisjes een mopje maakte waardoor een mondvol bean tea over de ganse tafel sproeide, en over haar kleren; waarop ze begon te wenen en de rest van de les met haar hoofd in haar armen weggestoken stil bleef. Aziaten en het schaamtegevoel, het is toch een beetje een scheve situatie als je het mij vraagt. Maar misschien ben ik een onbeschaamde vlegel. Ja dat zou ook kunnen.

Deze week is de laatste week dat het meisje Angelina in mijn klasje zit. Blijkbaar gaat ze voor minstens drie jaar naar Canada. Ze heeft altijd verteld hoe graag ze naar Canada wilde gaan, vanaf dag een al; ze vroeg met hoop in haar donkere oogjes: "Teacher from Khae-Nae-Dhae?" Waarop ik antwoordde: "No, from Bel-ki-ae."

Angelina's mama hoopt dat ze daar in Canada een behandeling vinden/hebben die haar dochters leven kan redden. Want blijkbaar is het leven van het meisje Angelina ernstig in gevaar. Blijkbaar is de kans groot dat de stompjes aan haar jonge lijfje nooit echt vleugels gaan worden. In a manner of speaking. Vuil, ongepolijst, vastgegrepen in de balzak; niet die mierzoete cover die iedereen kent, maar de gemene kwaad-op-het-leven versie van Amanda Palmer.

Wat me brengt tot de harde tonen van de conclusie van deze taalkronkel. Ook deze keer is alweer duidelijk: Semantics won't do. En helaas kan ik zingen noch tekenen, beeldhouwen, noch schilderen.